Door Talita

“Mama, mag het donker uit?” Ik las deze zin tien jaar geleden in een dichtbundel waar ik de naam niet meer van weet. Voor mij betekent deze zin: Mama’s kunnen alles. En als ze het niet kunnen, wordt het in ieder geval wel van ze verwacht. Dus als het donker is, moet het uit. Want donker is eng. En dat het tegenovergestelde van donker licht is, en je daarvoor alleen maar op een knopje hoeft te drukken, doet er dan even niet toe. Net als wanneer je drie dagen niet gedoucht hebt, ondertussen wilt promoveren en een kind aan je tiet hebt hangen. Als het proefschrift niet afkomt en je de rest van je leven in een horeca-zaak moet werken om de monden te voeden, doet er ook dan écht niet toe. Want babylief heeft honger. Moet eten.

Mama’s rennen, ze vliegen. En als het even moet, zijn ze ook kampioen zwaargewicht. Als Meneer Konijn onder een loodzware kast is beland en mama de nachten gekrijs en algehele malaise al tot in haar beenmerg kan voelen, dan tilt ze de kast doodleuk op. In haar eentje, met haar pink als het moet. Het is die intense oerkracht die mij altijd al heeft gefascineerd. Een soort intuïtief dierlijk instinct dat al naar boven komt op het moment dat Papa Zaad en Moeder Ei elkaar gevonden hebben. Drie weken lang het gevoel hebben dat je lijdt aan heftige buikgriep en ondertussen gewoon werken. Iedere ochtend wakker worden alsof je de avond ervoor – en de drie nachten daarvoor – flink hebt doorgehaald. En van vrolijkheid naar intens verdriet in slechts drie minuten; nee. Makkelijk is het niet. Maar deze vrouwen kunnen het. Want over negen maanden komt er een hummeltje naar buiten dat op zijn minst verwacht dat je het donker uit kunt doen.

Ik mag inmiddels met trots zeggen dat ik zelf mama word. En ik vind dat ook een beetje eng. Wat als ik niet zo’n super mama ben? En wat als ik die kast met geen mogelijkheid omhoog krijg? Hoewel ik de Dans der Chronische Misselijkheid ben ontsprongen, kan ik zeggen dat alles wat ik tot nu toe voor ogen had bij zwanger zijn waar is. Maar wat ik niet had ingecalculeerd waren de extra zorgen. Het duurt nog ruim vijf maanden voordat ik een gezond en prachtig wezentje op de wereld hoop te zetten, maar toch kan ik het niet helpen; we zijn een gemixt gezin met een Surinaams-Hindoestaanse mama (that’s me) en een Nederlandse papa. In wat voor buurt willen we ons gezin laten wonen, hoe gaan we straks om met diversiteitsthema’s? Wat als we niet aan Sinterklaas willen doen? En dan hebben we het nog niet eens gehad over de school – oh die school. We riepen al van begin af aan dat al (!) onze kinderen naar de vrije school gaan. Totdat we verhalen hoorden over leerlingen die in al hun kind-zijn per ongeluk een vlindertje hadden gedood, en vervolgens de hele dag naar het arme geplette beestje hebben moeten kijken als boetedoening. Ook ik ben voor dierenliefde, maar asjeblieft – een kind mag toch ook nog gewoon kind zijn? Nu al bedenk ik hoe ik mezelf straks strak in het harnas moet hijsen om het op te nemen voor mijn waarschijnlijk veel te drukke en ietwat klungelige kids (evenbeeld van hun ouders, zullen we maar zeggen).

Maar goed. First things first: mama worden. En ik troost me maar met de gedachten dat ik nog vijf maanden en vier jaar heb om over de perfecte school na te denken.