Het moment was daar. Mijn eigen jeugdtrauma werd werkelijkheid: mijn oudste dochter Nedel (4) heeft luizen.

Nu denk je vast: ‘Ach, luizen, dat krijgt ieder kind wel eens, shampootje erin en klaar is kees’. Maar nee, zo werkt dat niet bij ons net niet. Bij ons willen de luizen zich graag permanent nestelen. Een gevalletje het-zit-in-de-genen, vermoed ik. Als kind heb ik járenlang last gehad van luizen. En niet omdat mijn moeder laks was. Maar omdat ik, pak ‘m beet, zo’n vijf kilometer lange, hevig krullende haren op mijn hoofd heb. Het beloofde land voor luizen, als je het zo wilt noemen. Het hielp natuurlijk ook niet dat ik steevast de meest giftige lotion weigerde en de subtiele shampoos bij mij niet werkten. De luis was here to stay.

Geen wonder dus dat ik er een klein trauma aan heb overgehouden. Ik herinner me dat ik op mijn hoofd krabde en er een luis onder mijn nagel zat. Dat ik huilde bij mijn moeder en zei,:’Als katten en honden ermee kunnen leven dan kan ik dat vast ook wel.’ En dat ik loog tegen mijn vriendinnen wanneer zij mijn haar vlochten. Dat het geen neten waren, maar roos met een zwartig laagje erop. Ik schaamde me kapot. Want als je luizen had dan was je vies en wilde niemand nog bij je in de buurt komen.

En nu heeft mijn kind ze. Ook zij is gezegend met een enorme bos lange krullen, en ondanks mijn voorzorgsmaatregelen (lees: elke dag haar haren invlechten en zodra ik een melding van school krijg komt de tea tree erbij), ze hebben het beloofde land toch bereikt. En hoe ijverig ik ook kam en luizen-pluis, we komen er niet vanaf. Zelfs als fervent aanhanger van natuurlijke verzorgingsproducten, gooide ik toch een giftige shampoo in de mix. Maar ze bleek allergisch en de luis bleef zitten waar-ie zat. Ik voelde mijn trauma langzaam terugkeren. Al helemaal toen ik er ook eentje bij mezelf vond tijdens een inmiddels tot ritueel geworden kamsessie. Dromen van exemplaren zo groot als een kat die van mijn hoofd springen teisteren me in de nacht en ik word al krabbend wakker.

Maar ondanks het feit dat er beestjes op haar hoofd rondkruipen en ik al jeuk krijg als ik alleen al naar haar kijk, vind ik mijn kind allesbehalve vies. Ik knuffel haar nog steeds en vertel aan iedereen die het wil (en moet) horen dat ze luizen heeft. Want het is echt waar, íeder kind krijgt luizen. Ook de kinderen van mijn goede vriendin en grote voorbeeld bij wie alles altijd perfect lijkt te gaan en die het ouderschap met twee vingers in haar neus uitvoert. Luizen houden van kinderhoofdjes, ongeacht sociale status of opvoeding. En dat ze zich daarbij nét iets comfortabeler voelen bij krullenbollen dan steile lokken neem ik maar op de koop toe. Zo; en dan ga ik nu maar weer eens verder met kammen.