Door Felisa

Mijn oudste dochter Nedel is dit schooljaar voor het eerst naar school gegaan. Niet alleen spannend voor haar. Ook ik kwam in een hele andere wereld terecht. Mijn eerste echte kennismaking met de andere ouders was tijdens een ouderavond op een regenachtige maandagavond begin oktober.

Bezweet en met rood hoofd (want ik was te laat vertrokken) kwam ik het lokaal binnen. Ik ging met mijn kopje sterrenmix in mijn hand op een hard houten stoeltje zitten en wachtte vol verwachting op wat de juf ging zeggen. Ze maakte het ons meteen moeilijk. Of we naast het gebruikelijke wie-ben-ik praatje ook even konden vertellen wat voor een ouder je bent. Wat jouw ouderschap nou precies kenmerkt.

Slik. Ik begon opnieuw te zweten. In plaats van geïnteresseerd te luisteren naar de vier moeders die voor mij aan de beurt waren keek ik diep in mijn glas en probeerde ik bij mezelf te bedenken wat voor een ouder ik ben. Ik had er nog nooit over nagedacht.

Mijn dochter zit op de Vrije School. Ouders die hun kinderen op de Vrije School hebben, hanteren over het algemeen een ‘andere’ opvoeding, ook wel het ‘bewust’, ‘natuurlijk’ of ‘ontspannen’ ouderschap genoemd. Ik reken mijzelf daar ook onder, al moet ik zeggen dat het er bij ons ook weleens wat minder ontspannen aan toe gaat. Noem het gerust het tegenovergestelde. En dan vooral zo rond de tijd dat ik in de keuken sta en zo’n bewuste en natuurlijke maaltijd probeer klaar te maken.

Mijn aandacht werd weer bij de les getrokken. Het was mijn beurt. Er zat een trilling in mijn stem; toch eng zoiets. Wat zullen de andere ouders van me denken? Ik wilde wel een goede eerste indruk maken, anders mogen straks de vriendjes niet komen spelen. Maar ik was er nog steeds niet over uit wat mij nou kenmerkt als ouder. Dus ik vertelde maar gewoon eerlijk hoe het bij ons thuis is. Dat er veel liefde binnen ons gezin is, maar dat het ook flink kan botsen tussen Nedel en mij. Dat ik niet altijd de moeder ben die ik zou willen zijn.

Je kon een speld horen vallen.

“En verder.. tja.. doe ik eigenlijk maar wat. Mag dat ook?”

Er werd gelachen. Al zei niemand of dat wel mag op de Vrije, wij-weten-het-allemaal-zo-goed, School. Maar het gelach was oprecht; bevestigend. Ik ontspande. Misschien doen we allemaal ook maar wat. Ik geloof heus wel dat we nadenken over onze opvoeding en hoé we willen opvoeden en wat voor een ouder we wíllen zijn, maar uiteindelijk komt het toch aan op improvisatie en luisteren naar je gevoel. Ieder kind, iedere ouder en ieder moment is anders. Hoeveel boeken er ook zijn geschreven over world’s thoughest job, niets kan je voorbereiden op die eerste woedeaanval, de eerste teleurstelling, de eerste keer grenzen aangeven. Al doende leert men zeggen ze toch? Ik leer elke dag, soms gaat het goed, soms maak ik fouten. En dat mag, want zo kom ik erachter wie mijn kind is, en vooral, wie ik zelf ben.

Afgelopen week, een aantal maanden na de ouderavond, zei een moeder tegen me dat ze het zo leuk en zo waar vond wat ik had gezegd, dat zij ook maar wat doet. En als we heel eerlijk zijn: doen we dat niet allemaal?

 

Felisa is moeder van de twee meisjes Nedel (4,5 jaar) en Edén (2,5) voor wie zij momenteel alleen de zorg draagt. Haar lief en hun vader woont (voor nu) in Zuid-Amerika en zij werken hard aan een verblijfsvergunning. Zij is net afgestudeerd voor haar master Spaanse Letterkunde en is werkzoekende. Het ouderschap is voor haar één groot leerproces, vaak loodzwaar, maar uiteindelijk – hoe cliché ook – het allermooiste wat er is.